Kotèkan, ook een Javaanse (muziek)kunstvorm uit Java.

Kotèkan, ook een Javaanse (muziek)kunstvorm uit Java.

Door: Rahardjo.

Wellicht zullen er niet veel Surinaams- Javaanse generaties vanaf de jaren 1950 weten e/o herinneren over de kotèkan. Alleen diegenen die geboren en getogen zijn op de plantages in Commewijne, al dan niet later verhuisd naar Paramaribo, zullen over de kotèkan weten.

De kotèkan had ik sinds mijn jeugdjaren op Moengo kunnen horen en beleven. Wanneer er bij de Padjah (Javaanse feestzaal) aan de Julianaweg – Wonoredjo een Javaans Feest (Tayup, Wayang-kulit en Ludruk of combinatie daarvan) was, kwamen de (huis)vrouwen -vriendenkring van de feesthouders- al vanaf woensdag om te helpen (meestal wat oudere vrouwen) waaronder enkelen, die de (muziek)kunstvorm kotèkan wisten te spelen door op bepaalde ritmen te stampen op de lesung (foto 1). Uitgebracht muzikaal geluid uit kotèkan kon men dan kilometers ver al horen. De bedoeling van de kotèkan was om tijdens zo’n réwangan (helpen bij gelegenheden) om de andere vrouwen te laten weten dat enkelen al aanwezig waren. (De laatste kotèkan was in 1997 gehoord op Lelydorp tijdens een maansverduistering; Sarmo, J. 1997).

Op Moengo-Wonoredjo was kotèkan jaarlijks 12-16 keren te horen bij zo’n ‘réwang’. Als er voldoende vrouwen al aanwezig waren, dan werd de Lesung gebruikt om rijst tot ‘meel’ te stampen. Want van gestampte rijst konden ze heerlijke lekkernijen bereiden, bijvoorbeeld; rempèjèk apemnaga sari.
(Enkele recepten zijn te vinden in het boek van Chrizzie Tomo: Buku Pacitan)
De kotèkan was regelmatig te horen in het district Commewijne op de plantages Bakkie (Reijnsdorp), Storkoe (Hecht & Sterk), Setuwerek (Rust & Werk), dorpsgemeenschap Welgelegen (Saleòng) en Tamanredjo. Ook op Lelydorp, Saramacca tot zelfs in het district Nickerie. Bij deze laatste iets minder, want er waren al vrij vroeg rijstpelmolens in het district Nickerie. Dus lesung als ‘muziekinstrument’ voor kotèkan gebeurde vrij weinig, alsook om padi tot rijst te stampen.

Ook op Moengo was er zo’n bescheiden rijstpelmolen van een meneer Richard (werkzaam bij de Suriaamsch Bauxiet Maatschappij (later Suralco). De Javanen op Moengo konden zijn naam niet goed uitspreken en noemden hem baas ‘Lietjèt’.

Eigenlijk was de hoofdfunctie van een lesung om padi tot rijst te stampen. In mijn herinnering was dat op Moengo-Wonoredjo maar weinig personen waren die zo’n lesung hadden. Daarbij waren er in de omgeving van Santèn, Zinkkampoe, Rouweweg, Bursideweg (Sarbana) en Concessieweg geen mensen die kleine tot middelgrootte rijstvelden hadden. Dus meestal hadden de bezitters van middelgrootte rijstvelden een lesung. Degene die kleine rijstvelden hadden, gebruikten de gewone lumpang(foto2), en kon door één of twee vrouwen de padi tot rijst worden gestampt. Lesungs en lumpangs werden op veel plantages in het district Commewijne gebruikt.

“Kotèkan werd gespeeld op een Lesung, een groot uitgehold blok hout dat in instantie diende om padi tot rijst te stampen. Daarnaast werd ze ook gebruikt om informatie te verstrekken door in bepaalde ritmes erop te stampen; bijvoorbeeld, over de geboorte van een kind. In de koloniale tijd in Indonesië werd o.a. de komst van officiële stukken over grondtoewijzingen ook bepaalde lesung-ritmes gestampt. Ook een maansverduistering was een reden om lesung-ritmes te stampen. (Men veronderstelt dat bij maansverduisteringde maan door een reus is opgeslokt en door het ritmische geluid van de lesung deze uitgespuuhd wordt) Het ritmische geluid dat ontstaat wanneer de stampers in, op of naast de uitholling van de lesung neerkomen werd kotèkan genoemd. Kotèkan is een vrouwenaangelegenheid, omdat zij van oudsher degenen zijn/waren die padi tot rijst stampten. Tijdens de kotèkan werd meestal gezongen.” (Van Tembang tot Jaran Képang – traditionele Javaanse zang, muziek en dans in Suriname. Sylvia M. Gooswit, 2010).

Toch erg jammer dat deze eenvoudige soort dorps Javaanse muziek kunstvorm langzaam is verdwenen in Suriname.

—/—

Bronnen.

– R. Harrie Djojowikromo. Ervaring bij en vertellingen door Surinaamse-Javaanse ouderen periode 1958 – 1968 in Suriname.

– Sylvia M. Gooswit, Van Tembang tot Jaran Képang. Traditionele Javaanse zang, muziek en dans in Suriname. Afdeling Cultuurstudies v.h. Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling. 2010.