Gamelan op vissersdorp Boskamp, Saramacca

Gamelan op vissersdorp Boskamp, Saramacca – Suriname.

Door: Rahardjo.

Boskamp ligt aan de monding van de Coppenamerivier in het district Saramacca – Suriname.
Het is een vissersdorp, circa 1969 woonden er ± 120 vissersgezinnen. Er woonden toen Javanen, Hindoestanen en Creolen, die allen zee – en riviervissers waren. Er werden op zeevissen aan de monding van de Saramacca- en de Coppenamerivier gevist. Maar ook langs de kust wordt er vis en garnalen gevangen, ook koebies, snoeken en jarabaka’s behoren tot de vangst.
Boskamp was sinds jaren al bekend om haar visproducten zoals, droge garnalen (ebbi’s) en gerookte e/o droge Jarabaka’s (iwah garing). Deze werden voor verkoop aangeboden aan de voorkant langs de weg vlak naast (toenmalige) sms-veerboot (van Coppenamepunt naar Jenny) verbinding Saramacca – Coronie (nu vervangen door een brug over de Coppenamerivier). Iedereen (vooral mensen uit Paramaribo) die daarheen gingen, deden hun inkopen verse vis en visproducten. Vooral de gerookte (barbakoto’s) jarabaka’s waren al jaren te koop op de grote centrale markt in Paramaribo.

Boskamp was toen een heel pittoresk goed bewoond vissersdorp met normale goede en wat ruime vissershuizen. De huizen moesten wel heel goed en vooral stevig zijn. Want zo vlak aan monding van de Saramacca- en Coppenamerivier en vlak aan Zee – de Atlantische Oceaan – kon het weer soms wat stormachtig zijn. Er waren twee grote kampen aan de waterkant die bedoeld waren om de reparaties van de vissersboten door de vissers te doen, en de vissers hielpen elkaar. Eigenlijk vrijwel met alles wat zoal in het vissersdorp kon gebeuren. Nieuwe woningen bouwen, groot onderhoud en reparatiewerkzaamheden e.d. Het was (nog steeds geloof ik, want Boskamp bestaat nog) een hecht vissersgemeenschap. Ook werden daar visnetten gerepareerd of nieuwe gemaakt. Tevens deden ze de controle van de vele vislijnen. Deze laatste waren eigenlijk dagelijks en intensief werk.

De woningen op Boskamp waren redelijk verspreid, dus er was degelijk privacy. Woningen waren ook redelijk ruim. Sommige naast schaduwbomen, mango- en sinaasappelbomen. Aan de rand van het vissersdorp was er een zoom van dichte struikboompjes en wat grotere bomen. Goed voor de beschutting van de soms wat harde wind. De struikgewassen en bomen gaven Boskamp ook typische aanzicht als een dorp in het binnenland van Suriname.

Wat had Boskamp een vissersdorp met gamelan te maken?

Tijdens mijn speurwerk gamelan in Suriname van Oost t/m West, had ik kunnen merken dat, hoe klein een Javaanse nederzetting ook mocht zijn, er was altijd een set gamelan Cilik ensemble. Ondanks dat de gamelaninstrumenten niet van goede kwaliteit ijzer werden gemaakt, klonk dat voldoende tot redelijk. De Javaanse gamelanmuzikanten konden in ieder geval gamelanmuziek ten gehore brengen. Ik was toen al gewend verschillende ensembles te horen. Vooral op verschillende plaatsen in het district Commewijne, die betere gamelaninstrumenten hadden. Dus voor mij wel een vreemd gewaarwording, toen ik voor het eerst gamelan hoorde spelen en op Boskamp ca 1968. Ik moest wel over mijn beleving zo’n beetje erom lachen. Maar voor de gemeenschap op Boskamp belangrijk van de gamelan te kunnen genieten, naast muziek van de radiostations uit Paramaribo. De klankplaten werden namelijk van olievaten gemaakt en daardoor was de slèndro stemming niet zo perfect. Sommige klankplaten klonken in mineur. Maar door gezamenlijk alle instrumenten te bespelen klonk de gamelanmuziek toch harmonieus. De muzikanten konden slechts 8-12 bekende reguliere gendings spelen zoals; klentèngan (zeer gewild), sampak, guntur, jalan jalan , pring padha prings. Ze hadden geen pesindhèn, wel zangers.

NB: De gamelaninstrumenten waren niet compleet. Maar ze konden demung, gong-kempul en kendang lenen van de gamelanvrienden uit Soemberedjo-Coronie. Ook de gamelanspelers in Soemberedjo kwamen – als nodig – dan voor een weekend naar Boskamp om mee te spelen. Voor hun was het ook een weekendje weg buiten Soemboredjo. Vanaf dat Wageningen per autoweg bereikbaar was ca 1962, verliet de helft van de leden van het ensemble van Soemberdejo om bij de Stichting Machinale Landbouw (SML) te werken. Alleen tijdens Bakda(Idul Fitr) en Bersih Desa kwamen zij voor 1 week naar Soemboredjo om dan gamelan te spelen.

Ensembles in Saramacca had ik tijdens mijn speurwerk bezocht en ook kunnen beleven tijdens hun optreden bij Tayups- en Wajang Kulit opvoeringen, Ludruks en enkele keren ook opvoering Jaran Képangs. Ook had ik met de leiders van de ensembles gesproken en informatie gewonnen. Groepen in: Tijgerkreek, Dam Boentóng, Soemita Project, Groningen en Kuwarassan. Maar tot 1968 wist ik niet dat Vissersdorp Boskamp ook een gamelangroep had.

Mijn informatie dat er op Boskamp degelijk gamelanmuziek werd gespeeld, kreeg ik van ‘wijlen’ Oom Tadjit . Ik kende hem al vanaf hij toen op Mariënburg werkte. Ik was namelijk tijdens het speuren naar gamelan informatie vaak op Mariënburg en plantage Zoelen. Later had ik Oom Tadjit op Tamanredjo ontmoet, hij woonde tot ca 1964 aldaar. Toen verhuisde hij naar Boskamp om als visser zijn toekomst te beproeven. Hij nam die stap omdat het werk op Mariënburg steeds minder was geworden door achteruitgang van de suikerfabriek en idem op de rietvelden.

Ca juli 1967 ontmoette ik oom Tadjit op de Centrale markt in Paramaribo, toen hij gerookte Jarabaka’s afleverde aan zijn afnemers. Hij vroeg mij of ik nog steeds bezig was om informatie over gamelan te zoeken? Ja dat deed ik nog steeds. Zo vertelde hij mij dat op Boskamp gamelan werd gespeeld. Ik was erg verbaasd, omdat ik door de vele mix van de inwoners op Boskamp niet had verwacht dat er gamelan aldaar werd beoefend. Ik was benieuwd om de gamelanmuziek op Boskamp te horen spelen. Hij nodigde mij uit om een weekend bij hem op Boskamp te logeren. Want elke maand op een weekend – ’s zaterdags avond – en soms ook op zondagmiddag, werd gamelanmuziek gespeeld op één van de werkkampen. Tenminste als er geen noemenswaardige werkzaamheden zijn zoals letten op de vissen aan de barbakoto’s. Oom Tadjit adviseerde om ‘Skat muskietenolie en een klamboe’ mee te nemen, want in de vooravond en ’s ochtends stikte het van de mampiera’s (heel kleine zwermmuggen). Ik beloofde hem en zou hem op tijd melden als ik tijdens hun gamelanweekend bij hem zou logeren. Dat gebeurde uiteindelijk tijdens mijn vakantieperiode van 2 weken bij mijn opa op Soemita Project in maart 1968.

Mijn eerste indruk van Vissersdorp Boskamp vond ik prettig (ik was toen voor het eerst aldaar gekomen). Ik begon die vergelijking te maken met de wijk ‘Passie (straat) op Albina’ in het district Marowijne waar ook overwegend Javaanse-, Surinaamse- en Indiaanse vissers woonden. Erg gemoedelijk dorp op Albina. Op Boskamp merkte ik ook op dat er elektra was; aggregaat van de Overheid. Redelijk bedrijvigheid overdag. Vooral het bewerken van vis, schoonmaken voor directe verkoop op hun verkoopstands aan de voorkant (vlakbij SMS Veerpont (Coppenamepunt) oversteek naar Coronie) en dan gereed te maken voor het roken aan de Barbakoto’s.

Tijdens mijn logé in het weekend op Boskamp werd inderdaad op die zaterdagavond bij de woning van de leider ‘pak Legiman’ van het ensemble aan de goed beschutte voorkamp van zijn woning gamelanmuziek gespeeld. Ik maakte kennis met iedereen en vertelde over mijn reden en nieuwsgierigheid over de gamelan van Boskamp, waarom mijn weekend logé bij oom Tadjit. Vervolgens gaf ik een doos met inhoud aan pak Legiman: 5 kg rijst, 2 kg suiker, 1 kg zout, 5 kg Tarwebloem, 5 blikken bruine bonen, 5 blikken doperwten, 5 blikken Morjon tomaten sardien, 5 blikken Brunswick sardientjes, 1 pak popokaai koffie, 2 pakken RedRose thee, 1 literfles Orgeade siroop en een grote pak Lucifers. Voor de echtgenote van pak Legiman, bracht ik een saróng gekocht bij Toko Bróng (Soe Ngie) aan de overkant van deCentrale Markt in Paramaribo. Pak Legiman en zijn vrouw waren erg verrast; hoefde niet zeiden zij. Maar zo hoorde het toen in Suriname (zo werd ik van jongs af aangeleerd; volgens de Javaanse Adat) als je Javaanse ouderen bezocht moest men niet met lege handen komen. Maar voor mij ook bijzonder omdat ik aanvulling zocht voor mijn ‘gamelan informatie.’ Ook Oom Tadjit en vrouw had ik zo’n doos meegenomen.

Op die zaterdagavond werd gamelanmuziek gespeeld. Als versnapering werd gebakken cassave en gebakken vis en vissoorten door de vrouw des huizes geserveerd met warme thee. Ze smaakten echt heerlijk op zo’n afgelegen plaats. Al luisterend naar gamelanmuziek. De gamelanspelers waren verbaasd over mijn interesse voor de gamelan; ik als een stadsjongeman. Ik vertelde hun dat ik naast interesse ook mijn speurwerk deed over de gamelan, met name; over het ontstaan van de gamelaninstrumenten in Suriname. Ook dat ik enkele gamelan instrumenten kon bespelen. Dus niet vreemd voor mij dat ik sterk geïnteresseerd was voor de gamelanmuziek. Ik had samen met de aanwezigen erg genoten van de gamelanavond. En vroeg hun, mocht er een Javaans feest plaatsvinden op Boskamp met gamelanmuziek, zij mij op tijd via mijn vrienden van de SMS-veerboot moesten laten weten. Dan zou ik zeker komen en zo’n feestavond willen meemaken en beleven.

“Helaas, zover kwam het niet…want eind 1969 vertrok ik naar Nederland. NB: Omstreeks 1972 kreeg ik te horen dat oom Tadjit was overleden. Zijn vrouw moest dan weer teruggaan naar Tamanredjo.”

Mijn belevenissen en ervaring over de gamelan op Boskamp heb ik niet letterlijk in mijn gamelanboek vermeld. Maar wel geschreven dat: “Waar er Javanen wonen in dorpsgemeenschappen, er ook tenminste een gamelan ensemble was te vinden.” Daar ben ik trots op de gamelanbeoefenaars, waar ook in Suriname. Ik beschouwde dat als een soort herkenbaarheid en de kunstcultuurvorm voor de Javanen. Of zoals men in Suriname ook werd gesproken: “Waar er Javanen zijn, zijn er ook warungs te vinden!” Voor mij was vissersdorp Boskamp met haar gamelanensemble samen gevormd met vrienden leden uit Soemberedjo-Coronie een ervaring rijker.

Opmerking: In 1998 was ik na ca 25 jaar voor ca 3 weken in Suriname; bezocht ook 1 dag Boskamp. Maar de oude mensen die gamelan speelden waren er niet meer. Ze waren al lang verhuisd naar Wageningen, Nickerie, Groningen of Saramacca had ik begrepen. Er werd ook geen gamelan meer gespeeld. Tegenwoordig zijn op Boskamp ook enkele logement/ B&B te vinden. De tijd staat niet stil, ook niet in Boskamp

Bron:

– Dahlberg: Beknopt Aardrijkskunde boek “Ons Suriname,” 7e druk. Uitgever C.Kersten & Co, Paramaribo 1978.

– R.H. Djojowikromo; archief aantekeningen gamelan in Suriname, periode 1956- 1968)