Inleiding tot de wayang

Inleiding tot de wayang

(door Basuki)

Zoals  reeds omschreven is de wayang onlosmakelijk verbonden met de gamelan. Een wayangvoorstelling zonder gamelanmuziek is haast ondenkbaar. Maar wat is wayang?

OORSPRONG WAYANG KULIT

Wayang kulit is een traditionele Indonesische kunst die groeit en zich ontwikkelt onder Javaanse mensen. Deze kunst wordt veel getoond als er evenementen zijn zoals feesten. Blijkbaar wordt wayang kulit niet alleen gebruikt als show, maar ook gebruikt als medium om na te denken over de spirituele geesten van de goden. Van Wayang kulit wordt aangenomen dat dit het begin is van verschillende soorten poppen die zich tegenwoordig ontwikkelen. Dit type pop is gemaakt van buffelhuidvellen die eerder zijn gedroogd. Wayang kulit is zo gevormd dat de bewegingen dynamisch worden. In de ellebogen wordt zijn lichaam verbonden door middel van een schroef van buffelhoorn. Hoe is dan precies de oorsprong van deze Wayang kulit-kunst? Wie was de eerste maker? Het volgende is een recensie. De oorsprong van deze wayang kulit-kunst is onafscheidelijk van de geschiedenis van de pop zelf. Wayang komt uit een zin die “Ma Hyang” leest, wat betekent dat je naar het hoogste loopt (kan worden geïnterpreteerd als een geest, God of God). Sommige mensen interpreteren echter dat wayang uit het Javaans komt, wat schaduw betekent. Dat komt omdat wanneer kijkers deze show bekijken, ze alleen schaduwen zien die worden bewogen door de poppenspelers die ook als vertellers werken. Dhalang (Puppeteer) is een afkorting van de woorden ngudhal piwulang. Ngudhal betekent verspreiden of openen en piwulang betekent onderwijs of kennis. Dit bevestigt dat de positie van de poppenspeler is als iemand die meer kennis heeft en deze deelt met het publiek dat naar de poppenshow kijkt.

De cultuur heeft haar eigen bestaan van leven en probeert zich steeds los te maken van het leven van de mens of van een menselijk geslacht; ik bedoel hiermee, dat al sterft het menselijk geslacht uit, toch blijft de cultuur (de Wayang Purwa of Wayang Kulit). Immers, de Javaanse cultuur heeft een sterke commitment voor sociale rechtvaardigheid. Dat blijkt uit de Javaanse filosofie van de Wayang Purwa/ Kulit, die reeds eeuwen leeft onder het volk, dat de voornaamste taak van een rechtvaardige en wijze vorst/ heerser moet zijn, het brengen van ”Gemah, Ripah, Loh Djinawi, Tata tentrem, Kerta rahardja”, hetgeen betekent: overvloedige welvaart, rechtvaardigheid, rust en orde, geluk en welstand. In Indonesië loopt deze filosofie als een rode draad door de Constitutie van 1945 van Indonesië. De Javaanse filosofie van de wijze en rechtvaardige heerser, zoals eerder naar voren gebracht, die zijn volk moet leiden naar “overvloedige welvaart, rechtvaardigheid, rust en orde, geluk en welstand” verschilt niet veel van de politieke idealen van andere volkeren. Het nastreven van zulke idealen door ons volk zal ons zeker niet schaden. De Indonesische revolutie veroorzaakt een totale omvorming op alle gebieden van het leven tot op de bodem. Vandaar dat de Javaanse Cultuur de ontwikkeling van land en volk niet in de weg mag staan. Zoals eerder heb gezegd vinden wij in de Wayang Purwa/ Kulit een duidelijke bijdrage voor de vorming van een rechtvaardige, een welvarende maatschappij die kan gelden, kunnen wij zeggen, als basis van het oer-socialisme. Verder levert de Javaanse Cultuur een duidelijke bijdrage voor de vorming van een actief werkend volk: een volk dat werkt, niet lui is, geconfronteerd wordt met gevaren, problemen en moeilijkheden, onderdrukt wordt etc., wordt sterk en machtig; een volk dat sterk en machtig is, dat ijzerdraden als spieren, ijzer als beenderen en koper als merg heeft. De Javaanse tekst: “otot kawat, balung wesi, sungsum gegala, driji gunting, kulit tembaga, sikut palu, dhengkul paron”.
(Draadspieren, ijzeren botten, stevige merg, schaarvingers, koperen huid, hamerellebogen, aambeeld als knieën)
(bron: academia)

Ieder kind met Javaanse roots heeft weleens van het woord WAYANG gehoord. Maar verder dan “iets met poppen te maken hebben” zal het volgens mij niet zijn. Allereerst wil ik het woord wayang uitleggen.

De term wayang wordt in verband gebracht met AYANG-AYANGAN, wat SPIEGELBEELD of AFSCHADUWING betekent. Men bedoelt ermee te zeggen dat de zichtbare wereld rondom ons moet worden beschouwd als een afschaduwing of materialisering van de andere hogere werkelijkheid. SCHEPPER en SCHEPPING worden daarbij beschouwd als EEN EN ONSCHEIDBAAR, terwijl er tegelijkertijd een voortdurende wisselwerking tussen beide bestaat.


Dalang

Het zelfstandig naamwoord DALANG is samengesteld uit verschillende stamwoorden.
Er zijn twee opvattingen.

  1. het woord DA-LANG is samengesteld uit de woorden WEDA = heilige teksten, wijsheid en DIWULANG = onderricht geven.
    Een dalang zou dus een leermeester zijn, een onderrichter in heilige teksten.
  2. De uitgang van het woord DALANG is afkomstig van het woord NGANGLANG = waken over, beschermen.

De dalang is dus de beschermer van heilige teksten; van geestelijke waarden.
Beide verklaringen verschillen in wezen niet zoveel van elkaar.

De dalang schept zijn figuren en brengt ze tot leven; hij beheerst de poppen en is almachtig ten opzichte van hen. Anderzijds is hij ook afhankelijk van zijn schepping, daar hij zonder zijn poppen de functie van dalang niet zou kunnen uitoefenen.
De dalang wordt in zekere zin dus door zijn poppen beheerst.
Evenzo is het met de gamelan musici. Hoe voortreffelijk en bekwaam ook, zonder hun instrumenten kunnen zij geen melodie ten gehore brengen.
Het wijst op een EENHEID van HEERSER en BEHEERSTE, of de EENHEID van HEER en DIENAAR (in het Javaans: GUSTI-KAWULA). Zonder de een kan de ander niet bestaan.
Zij vormen een twee-eenheid en dit is de verhouding die volgens de mystiek aangelegde Javaan ook bestaat tussen God en de mens en die in de wayang wordt gesymboliseerd.
Het is dus als met de baksteen en de vorm, als met het vuur en de vlam, als met de spiegel en het spiegelbeeld.

Er zijn verschillende wayangrepertoires: wayang purwa, wayang golek, wayang topeng, wayang gedok, wayang krutjil , wayang tengul en wayang wong. In dit geval wil ik mij beperken tot de wayang purwo, die naast de wayang wong het meest bekend is bij de mensen.
Wayang purwa wordt uitgevoerd met platte, geheel uit kulit vervaardigde poppen. Vandaar ook de naam wayang kulit. Kulit betekent huid.Het materiaal waarvan de poppen gemaakt is wordt bijna altijd LEER genoemd. Dit is echter niet juist, omdat de huid die voor de wayangpurwapoppen nodig is, zodanig wordt bewerkt dat het eindproduct perkament is en beslist geen leer. (Ringgit Tjutjal is de hoogjavaanse benaming van Wayang kulit)

Sinta en Rama

Van de 3 delen is de MAHABARATA verreweg het populairste bij de Javanen.
De Mahabarata is de geschiedenis van het geslacht der Bharata’s. Een deel ervan wordt gevormd door de Bharata Yuda, de strijd tussen de 2 takken van de Bharata’s.
Deze broederoorlog, de strijd tussen de boosaardige Kurowa en de edele Pendawa levert nauwelijks overwinnaars op: de Kurawa zijn vernietigd, de Pendawa zijn verslagen door smart om het verlies van zovelen. Hun gelederen zijn sterk uitgedund terwijl velen van de door beide partijen gerespecteerde edelen omgekomen zijn in deze bloedige oorlog.
Arjuna en de zijnen hebben wel de overwinning behaald, maar het is in feite een Phyrrus-overwinning (=een overwinning ten koste van dusdanige verliezen dat men eraan ten onder gaat).

Dalang en pedalangan
De dalang is zoals reeds vermeld de regisseur van het toneel, meestal wordt hij vergeleken met de bestierder van de kosmos. Hij immers is het, die de marionetten tot leven brengt en in de hand houdt, beschikt over leven en dood over de gebeurtenissen op het scherm van de wereld (Kelir). De dalang heeft de leiding van de gehele manifestatie, ook over het gamelanorkest is hij de supervisor.
Uiteraard zijn er voorschriften voor een dalang, hij kan niet zonder meer een uitvoering verzorgen.Hij moet zich houden aan de Pedalangan( voorschriften). De Geboden en de Verboden moeten dan strikt gehandhaafd worden.
Voorbeeld van een gebod is, dat hij in ieder geval de juiste poppen op de juiste manier moet hanteren; hij moet een duidelijk onderscheid kunnen tonen tussen de bewegingen van de verschillende figuren, in het bijzonder tijdens de gevechtsscenes.
Verboden is, dat hij tijdens de voorstelling zich niet van het scherm mag verwijderen voor bij voorbeeld een sanitaire daad…
Zo zijn er tal van geboden en verboden voor de dalang
Toch wordt nu in de moderne tijd niet meer niet meer zo strikt aan deze voorschriften gehouden.Bij staatsbezoeken bijvoorbeeld past een urenlange nachtelijke voorstelling niet meer in het tijdschema van het moderne protocol. De verkorte voorstelling moet echter zoveel mogelijk voldoen aan de basisvoorschriften.

Bronnen:
J.Kats: Wajang poerwa, een indisch toneel
J.Knaud: Tussen schemering en dageraad
David Irvine: Leather gods and wooden heroes
J.J.Ras: Een schimmenspel werpt zijn schaduw vooruit
Mahabaratha
Moebirman: Wayang purwa (Le jeu dómbre dÍndonesie)
James R.Brandon: On thrones of gold.
Peter Schneider: Geschichten des wayang purwa

Wayang kulit voorstelling

De opstelling van de wayangpoppen
De opstelling van de wayangpoppen tijdens een opvoering van een wayang kulit gebeurt volgens een vast stramien. Hieronder de opstelling volgens de Pakem Raja Pustaka in Surakarta (Solo).
https://www.degruyter.com/document/doi/10.7591/9781501721588-016/html

De kelir (wit doek met donkerblauwe rand) is het podium, het speelveld en het strijdtoneel. Het ordenen van de wayangpoppen heet nyumping. De slechte partij wordt aan de linkerkant van de kelir opgesteld en de goede partij aan rechterkant.

OPSTELLING

Een aantal wayang figuren staat in een boek, verkrijgbaar bij Jayanaya.nl (of op internet zoeken, let wel sommige hebben een © (copyright)

1 Prabu Baladewa 2 Gathutkaca 3 Pendawa en hun ouders

Vele eeuwen voor het begin van de christelijke jaartelling heerste een wijze priestervorst over het rijke en welvarende Astina.
Deze koning was Abiasa en hij had 3 zonen, Destarata, Widura en Pandudewanata.
Destarata was blind en Widura kreupel, vandaar dat de Raad der Ouden besloot om
Pandu(dewanata) tot troonopvolger te benoemen…
Toen Pandu zijn vader Abiasa opvolgde als koning van het rijk van Astina, was hij gehuwd met Dewi Kunti, dochter van de vorst Kuntibodja van Mandura.
Dewi Kunti was de moeder van Judistira, Bima(Wrekoedoro) en Arjuna.

De tweede gemalin van Pandu is Madrim, die hem de tweeling Nakulo en Sedewa schonk. Dit illustere vijftal zal de geschiedenis ingaan als de Pendawa Lima, de roemruchte prinsen van het vorstengeslacht Bharata.
Bharata was een verre voorvader van de Pendawa Lima en van hun latere tegenstanders de Kurawa. De Kurawa’s (100 in getal: 99 zonen en 1 dochter) zijn de neven van de Pendawa Lima, want zij zijn de kinderen van de blinde Destarata.

Alhoewel koning Pandu beschouwd wordt als de vader van de vijf Pendawa, mag de verwekking van zijn kinderen op zijn minst problematisch genoemd worden.
Wat was het geval? Op Pandu rustte namelijk een vloek :eens toen hij met zijn gevolg op jacht was , trof hem het ongeluk dat hij een hertenpaar tijdens de paring doodde.
Ernstiger misdrijf dan het even ontnemen aan wezens op het ogenblik van hun intiemste samenzijn is niet denkbaar. Bovendien waren de herten twee dewa’s die in deze gestalte hun boetedoening volbrachten. En hoewel de 2 dewa’s na het beëindigen van hun aardse levensvorm weer naar het hemelrijk mochten terugkeren, sprak een goddelijke stem de vloek over Pandu uit: hij zou in de vereniging met zijn echtgenoten onmiddellijk de dood vinden.

Verdrietig over het voortbestaan van de familie deelde Pandu aan Dewi Kunti mede wat hem overkomen was.Gelukkig stelde Kunti hem gerust:zij beschikte over een
Mantra (een wonderspreuk) waarmee zij zich gemeenschap met de goden kon verwerven. En aldus geschiedde

Zo schonk Dewi Kunti haar gemaal 3 zonen:

Batara Bayu Bima

Arjuna + Batara Indra

Judistira met als goddelijke vader Batara Dharma, God der rechtvaardigheid, Bima met als goddelijke vader Batara Bajoe, God van de wind en Arjuna met als goddelijke vader Batara Indra, God van de bliksem en regen.
Dewi Madrim, de tweede vrouw van Pandu, mocht ook meedelen in haar macht en zo kreeg Pandu van Madrim 2 zonen, de tweeling Nakula en Sadewa met als goddelijke vader de Aswins.

Dewi Madrim Nakula Sadewa

In het land der Barata’s, in Hastinapura (Astina ook Gadjapura of Gadjawaja) regeerde koning Sentanu uit het geslacht Kuru.Bij de riviergodin Gangga had de vorst een zoon, Bhisma, die tot troonopvolger werd gewijd. Bhisma was een volmaakt held, het toonbeeld van een wijs en rechtvaardig jongeling, die bovenal uitmuntte in welgeleerdheid en bedreven was in de wapens.
Op een zekere dag ging koning Sentanu wandelen langs de oever van een zijrivier van de Ganges, de Jamuna. Hier ontmoette hij de mooie Setyawati , op wie hij direkt smoorverliefd werd. Wegens de visreuk, waarmee zij geboren werd en die haar de bijnaam Matsyagandha bezorgde, werd zij veroordeeld om aaan de oevers van de Jamuna te verblijven.
(matsya = vis en ganda = geur).
Reeds voordat zij kennis maakte met koning Sentanu, had zij reeds een ontmoeting gehad met de heilige Palasara, die haar verloste van de visgeur. In het vervolg heette zij Gandawati dat de welriekende betekent.
Met Palasara had zij een zoon gehad die Kresna Dwaipayana Wyasa genoemd werd.
Kresna = zwart, vanwege zijn huidskleur
Dwaipajana = de plaats waar hij geboren werd: dwaipa = eiland
Wyasa = rangschikken, hij de rangschikker van de heilige boeken (weda’s)
Wyasa(Abiasa) verliet spoedig zijn moeder om als kluizenaar te leven.

Sentanu deed aanzoek om de hand van Setyawati, maar haar vader (Vasu) verbond aan zijn toestemming de voorwaarde dat de vorst op zich nam haar zoon tot zijn opvolger aan te wijzen.Met het oog op zijn eerdere zoon, Bhisma, kon Sentanu niet zonder meer met Setyawati trouwen , en mistroostig keerde hij huiswaarts.
Toen Bhisma de reden van zijn vaders verdriet hoorde, legde hij vrijwillig de eed af, nooit op de troon aanspraak te zullen maken en voortaan als een Bramatjari (door gelofte tot kuisheid verplicht) te zullen leven, zodat hij ook geen nakomelingen kan verwekken die aanspraak zouden kunnen maken op de troon. Hijzelf bracht Setyawati tot zijn vader.
Uit het huwelijk van Sentanu en Setyawati werden twee zoons geboren, Tjitranggada en Witjitrawirja.Na de dood van Sentanu werd de eerste zoon koning. Deze stierf kinderloos.
Ook de tweede zoon, die getrouwd was met de zusters Ambika en Ambalika liet bij zijn dood geen kinderen na.
Nu is alleen Bhisma over van het geslacht der Kuru. Zijn eed echter verbood hem om in te gaan op het voorstel van Setyawati om de regering op zich te nemen en de beide weduwen van de laatste vorst te huwen. (Setyawati is meer bekend onder de naam Durgandini)
Dit probleem werd nu opgelost door Wyasa op te roepen. In overeenstemming met het oud-indisch gebruik, moest Abiasa kinderen verwekken bij de weduwen van zijn overleden stiefbroer.
Toen de heilige Abiasa in kluizenaarsdracht met lange ongewassen haarlokken en strenge blik
Ambika naderde, sloot deze van schrik haar ogen. Haar zoon Drestarata werd blindgeboren. Ambalika werd bleek toen hij Abiasa zag en haar zoon werd blank geboren (pandu=blank).
Ambika werd door haar schoonmoeder aangespoord zich nogmaals met Abiasa te verbinden.
In haar plaats zond zij een slavin (Ken Datri) en zij beviel van Abiasa’s derde zoon, Widura, de wijze of de verstandige genoemd. Deze is kreupel geboren.

De controverse Pandu – Drestarata

Vlnr: Nakula, Sedewa, Bima, Arjuna, Dewi Kunti, Yudistira, Dewi DSrupadi

Vlnr: Dursasana, Karna, Durna, Sengkuni, Duryudana

Aangezien Drestarata blindgeboren werd, was hij zowel fysiek als psychisch de mindere van zijn jongere halfbroer Pandu.
Daar hij zichzelf ook geen bruid kon werven, werd hem door zijn halfbroer een vrouw geschonken, namelijk Dewi Gendari.
Pandu deed mee aan een sayembara(een oud gebruik waarin men elkaar bekampt met als inzet meestal een bruid van koninklijke bloed). De inzet was Dewi Kunti, dochter van koning Basukunti van Mandura.Uiteraard won hij deze strijd en nam hij de bruid mee.
Sangkuni, de broer van Dewi Gendari wilde ook meedoen aan deze sayembara en nam ook zijn zuster mee naar Mandura, maar helaas kwam hij te laat aan, want de sayembara was reeds afgelopen en Kunti was reeds voor Pandu bestemd,
Zeer ontstemd was Sangkuni en in zijn blinde woede daagde hij Pandu uit.
De inzet is: indien hij van Pandu wint, zou hij Dewi Kunti mogen hebben en indien hij verslagen wordt, zou Gendari aan Pandu toebehoren. Je raadt het uiteraard al: Sangkuni verloor en dus moest Gendari met Pandu mee.
Niet onwelwillend was Dewi Gendari met deze afloop, want Pandu was een prachtige man die door vele vrouwen bemind werd. Helaas voor dewi Gendari, gaf Pandu haar aan zijn blinde broer Drestarata.Gendari voelde zich diep gegriefd omtrent deze gang van zaken en zwoer dat haar zoons altijd de vijanden zullen worden van Pandu en zijn nazaten.
Hoewel ontgoocheld vond Dewi Gendari het haar plicht haar echtgenoot trouw te volgen. Dewi Gendari was zo loyaal tegenover haar echtgenoot, dat toen ze zag dat hij blind was, zij opdracht gaf haar ogen haar hele leven lang te bedekken, zodat zij haar man’s kwelling kon delen.

Dewi Gendari en Drestarata

Dewi Gendari werd zwanger van Drestarata. Het scheen dat de tijd nooit kwam om te baren. Twee jaar lang moest ze wachten, totdat ze hoorde dat Dewi Kunti, de echtgenote van Pandu van een zoon beviel:Yudistira.

Toen zij dit bericht hoorde sloeg zij haar onderbuik met een grote knuppel en verloor toen een grote klonter bloed.Deze splitste zich in honderd en een stukjes.Abiasa, haar schoonvader adviseerde haar deze stukjes in potjes met water te stoppen.Een jaar later kwamen honderd zonen en een dochter (Dursilawati) uit de potten.
.
Toen Pandu doodging, was zijn oudste zoon Yudistira nog te jong om het land te regeren dus werd Drestarata verzocht door hun vader Abiasa de troon tijdelijk over te nemen totdat de jongens van Pandu oud genoeg zijn om over Astina te regeren.

Door toedoen van zijn vrouw Dewi Gendari, zijn zwager Arija Sengkuni en vooral door zijn oudste zoon Duryudana werd hij gedwongen de rechten van de Pendawa’s te negeren.
Zelf was hij het niet eens met de gang van zaken, hij beweerde dat het koninkrijk aan de Pendawa’s behoort, maar tegen de ongetemde drang van zijn zoon Duryudana en de overtuigende woorden van zijn vrouw was hij niet bestand…

Bronnen:
J.Kats: Wajang poerwa, een indisch toneel
J.Knaud: Tussen schemering en dageraad
David Irvine: Leather gods and wooden heroes